Eergisteren werd in Roermond een tentoonstelling geopend en op 9maart volgt een expo in het Duitse Wülfrath.
Tussendoor durft hij zichzelf wel eens te verwennen. Met een goed gedekte tafel, bijvoorbeeld. Vandaar dat hij het exquise kader van La Butte aux Bois in Lanaken koos als locatie voor het gesprek. 'Dat praat makkelijker', motiveert hij die keuze. 'Ik hou van een inspirerende omgeving. Trouwens, als verslaggever heb jij toch ook inspiratie nodig, of niet? Het grote verschil tussen een journalist en een schilder is dat de ene altijd linksboven op zijn scherm begint en de andere op een willekeurige plek op zijn doek.'
Komt de inspiratie vanzelf als je schildert?
Jan Latinne: 'Nee. De muze bestaat niet of dient zich alleszins niet vanzelf aan. Je moet ze zoeken. De muze is als een vrouw: je verovert ze niet in één dag. Ze openbaart zich alleen als je ze wil ontmoeten.'
'Schilderen is veel meer transpiratie dan inspiratie. Ook als je geen zin hebt, moet je naar je atelier gaan om je voor te bereiden op de inspiratie die komt.'
Je brengt een groot deel van je tijd door in Zuid-Frankrijk. Doe je dat omdat de inspiratie daar vlugger komt?
'Veel kunstenaars zeggen dat ze naar de Provence of de Languedoc gaan omwille van het uitzonderlijke licht, maar daar doe ik het helemaal niet voor. Ik kan net zo goed schilderen onder een buislamp. Mijn liefde voor Zuid-Frankrijk heeft alles te maken met het feit dat ik zuiders bloed heb.'
'In 1985 was ik een maand in de Provence om te schilderen. Toen ik terugkwam, was ik ziek van heimwee. Het duurde heel lang eer ik durfde teruggaan omdat ik het gemis niet aankon. De bevolking heeft een levenskunst die wij niet kennen. Ik was ooit te gast op een groot feest van een wijnboer. Daar zaten ook enkele buitenlanders, die wat grapjes maakten over de luie Fransman. Ze kregen een heel fijnzinnig antwoord van een Française die het eten aan het klaarmaken was. Les gens du Midi, ils savent vivre, zei ze.'
'De nagel op de kop! De traagheid van het leven staat er in schril contrast met onze jachtigheid. Ik verblijf met tussenposen een vijftal maanden per jaar in ons huis in de Languedoc. Iedere ochtend zie ik mensen naar de bakker gaan om verse broodjes te halen. Hier heeft niemand daar de tijd voor. Als je in Antwerpen op een terrasje zit, zijn ze al na vijf minuten bij je als je je kopje koffie hebt leeggedronken. In mijn vakantiedorp mag je gerust twee uur blijven zitten zonder iets bij te bestellen.'
'Natuurlijk speelt ook het klimaat een rol in mijn voorliefde voor de streek. De Languedoc is in de zomer het warmste gebied van Frankrijk, warmer dan de Côte d'Azur. En ze maken er lekkere wijn! (lacht) Twintig jaar geleden werd daar een beetje denigrerend over gedaan, maar nu staan de wijnen van de Languedoc in Frankrijk en ver daarbuiten zeer goed aangeschreven.'
Wat bracht je bij de schilderkunst?
'In mijn jeugdjaren was ik gefascineerd door koekjestrommels. Heel vaak stonden daar reproducties van schilderijen op, zoals de Volkstelling van Pieter Bruegel. Kerstkaarten en kalenders trokken om dezelfde reden mijn aandacht. Een tweede impuls was de confrontatie met Van Gogh in mijn collegetijd. Dat was een aardbeving. Ook Wim Rutten, mijn leraar Nederlands, speelde een rol in de ontwikkeling van mijn creativiteit. Hij bracht me in contact met de literatuur van auteurs als Zola, Walschap en Louis-Paul Boon, die in het begin van de jaren vijftig erg gecontesteerd waren.'
'Het lezen van hun boeken zette me niet direct aan tot schilderen, maar stimuleerde wel mijn creatieve drang. Literatuur en plastische kunst gaan samen. Het zijn allebei scheppingen van de geest. Zelfs de encyclopedie van mijn ouders beïnvloedde me op artistiek vlak. Dat was het internet van die tijd. Een volledige meter kennis! Ik kon er niet genoeg van krijgen.'
Waarom ben je schilder geworden?
'Omdat ik een zekere aanleg heb meegekregen. Ik heb daar zelf weinig verdienste aan. Een schilder is de vertolker van de signalen die hij krijgt. Hij registreert die zoals een seismograaf en is de bevoorrechte uitvoerder. Het klinkt misschien banaal, maar het is alsof het schilderij tegen je zegt: Doe jij het maar.'
'Vanuit dat oogpunt vind ik mezelf een geprivilegieerd persoon. Als ik in Peru was geboren, had ik misschien een zwaar leven als mijnwerker gehad en leefde ik al niet meer.'
'Wij zijn allemaal afhankelijk van ontzettend veel externe factoren. Het begint al vroeg.De geboorte van een mens berust op een veel groter toeval dan drie opeenvolgende winstbeurten in Euro Millions. Het is dus wijs in het leven te relativeren.'
Wat is dan de verdienste van Jan Latinne?
'Ik heb veel kansen gekregen en die ook vaak benut. Ik kwam in mijn leven heel wat boeiende mensen tegen en pikte de dingen op die zij me voor de voeten gooiden. Ik kan dat het best verduidelijken met een ontmoeting uit 1998. Ik tekende en schilderde toen nog altijd alleen maar op papier, maar had al een hele tijd de behoefte om op doek te werken omdat ik het gevoel had dat ik aan het vastroesten was. Dat beangstigde me, want routine is de houtworm van de kunst.'
'Eén groot probleem: ik wist niet hoe ik daaraan moest beginnen. Daarom nam ik me voor om me een jaar af te zonderen, maar gelukkig liep ik Willy Bosschem tegen het lijf. Hij was toen directeur van de Kunstacademie van Oostende en gaf me een aantal bruikbare tips. Dankzij hem kon ik onmiddellijk op doek beginnen en hoefde ik dat sabbatjaar niet te nemen. Ik heb toen ook veel steun gekregen van Herman Brood.'
Hoe komt een Limburgse schilder bij een Nederlandse rockster terecht?
'Heel toevallig. Ik ging schilderijen brengen naar een galerie in Wageningen en liep hem daar tegen het lijf. Ik wist wel dat hij muziek maakte, maar dat was niet bepaald mijn keuken. Dat hij ook schilderde, wist ik niet. We raakten aan de praat over kunst en zaten meteen op dezelfde golflengte. In 1997 exposeerden we samen in het Casino Kursaal van Oostende. Dat was een heel succesvolle onderneming. We kregen zelfs Sylvia Kristel op bezoek. (lacht)'
Wat was Herman Brood voor iemand?
'Op het podium kwam hij arrogant over, maar daar liet hij slechts één facet van zijn persoonlijkheid zien. In de omgang was hij zeer aimabel. Hij had ook een religieuze kant. Hij was erg bezig met spiritualiteit. De dualiteit tussen goed en kwaad fascineerde hem. Hij praatte nooit in clichés. Hij was origineel en authentiek in alles wat hij zei. Dat hij op vrije jonge leeftijd zou sterven, was te voorzien. Zijn leven vol drank en drugs kon hij niet volhouden. Hij voelde trouwens dat hij zijn lichaam niet meer onder controle had.'
'Zelfmoord was vanuit zijn perspectief de logica zelf. Creperen in bed was geen optie voor een man die jarenlang succes had in de muziek en later ook in de kunst. Hij wilde ook op de laatste dag van zijn leven de voorpagina's halen en sprong in 2001 van het dak van de Amsterdamse Hilton.'
Heel veel kunstenaars blijven tot hun dood gepassioneerd door kunst. Hoe verklaar je dat?
'De voldoening van het scheppen van een kunstwerk is enorm groot. Het begint bij de laatste penseeltrek. Dat is een bijzonder intens moment. Je kunt dat vergelijken met een orgasme. Als je iets hebt kunnen maken dat aan je eigen verwachtingen beantwoordt, voel je je even verheven boven de werkelijkheid. De drang om zo'n moment opnieuw te beleven is zo groot, dat je onmiddellijk wil herbeginnen.'
'Het tweede moment van voldoening krijg je als mensen je werk mooi vinden. In Kortrijk heeft me ooit iemand gezegd dat hij zijn depressiviteit vergat toen hij mijn werk zag.'
'De derde voldoening is de financiële vergoeding, want die stelt je in staat om plannen te realiseren die anders niet haalbaar waren.'
Hoe zou je de thematiek van je oeuvre omschrijven?
'Ik probeer kleurrijke verhalen te vertellen, vreugde mee te delen. Daarom hecht ik heel veel belang aan kleur, die voor mij een universeel symbolische waarde heeft. Kleur geeft een toon aan die de werkelijkheid overstijgt. Ik probeer aan de werkelijkheid een gesublimeerde allure te geven. Daarom zet ik bewust enkele strikte gegevens opzij. De contouren van mens en dier hoeven niet waarheidsgetrouw te worden weergegeven. In die zin is mijn werk ook een ode aan de vrijheid.'
Ondanks je leeftijd blijf je heel gedreven bezig. Vraag je je nooit af hoelang het nog mag duren?
'Als je zonder veel tegenslag 71 mag worden, moet je vooral heel dankbaar zijn. Ik denk wel eens aan de dood, maar het houdt me nooit lang bezig omdat zulke gedachten geen enkele zin hebben. Energie rendeert alleen als je die in positieve dingen steekt.' |